"Op Moederdag kreeg ik mijn zoon terug."

“Op Moederdag, 10 mei, kwam mijn zoon weer thuis. Ik vergeet het nooit meer Ik had het niet meer. Ik ben door mijn knieën gegaan en klaar.” Aan woord is Elly[1], moeder van puberzoon Hirving, die na twee jaar weer bij haar en haar man Michael thuis woont. Toen we haar belden of ze mee wilde werken, zei ze direct ja. Na een hartelijke ontvangst met een grote mok koffie bij hen thuis, vertellen zij en haar man Michael hun verhaal.

Hirving woonde twee jaar in een pleeggezin omdat het thuis niet meer ging. Hij gebruikte fysiek geweld tegen zijn moeder en zijn ouders wisten zich geen raad meer. Ook de school kon niet hem niet bieden wat hij nodig had. Michael vertelt: “Wij werden niet geloofd. We werden niet gehoord, niet serieus genomen. Op school zeiden ze dat we Hirving maar harder moesten aanpakken.”

Na een verhuizing van het gezin kwam Hirving op een nieuwe school terecht, waar de leerkrachten het probleem wél zagen. “Die zagen het ook, Hirving hoort niet op een reguliere basisschool, hij moet naar het speciaal onderwijs. En van daaruit is het balletje gaan rollen en kregen we hulp” vertelt Michael verder.

Geen vertrouwen

Openhartig doen zowel Elly als Michael uit de doeken hoe dat in het begin ging. “Weer de zoveelste persoon die zich met ons gaat bemoeien. Weer de zoveelste die denkt alles te weten. Zo was het in het begin voor ons.” Michael vult haar aan: “Elly had geen vertrouwen, in geen enkele hulpverlener omdat ze al zo vaak tegen een muur is opgelopen. Na een tijdje zag ze ook wel dat JENS de beste bedoelingen voor ons had met het hele gezin.”  Elly bevestigt dit: “Deze twee (hulpverleners) hebben het echt goed met voor ons.”

Nieuwe gezichten

Michael en Elly hebben ook de start van JENS in 2019 meegemaakt. Voor hen betekende dat ze regelmatig een nieuwe medewerker over de vloer kregen, bij wie ze hun verhaal opnieuw moesten vertellen. Elly noemt zo een stuk of vier, vijf namen. Michael: “We hebben er meer gehad. Maar uiteindelijk hebben ze ons allemaal wel geholpen op de een of andere manier. Er zijn een hele hoop wisselingen geweest, tot we onze huidige hulpverleners kregen.”

Hulp voor het hele gezin

Het kind en het gezin staan centraal bij JENS. Volgens Elly veranderde de situatie vanaf het moment dat JENS bij hen over de vloer kwam: “Ik werd meer in mijn kracht gezet. Bij JENS hebben we hele goede medewerkers getroffen die eigenlijk het hele gezin zo’n beetje omhoog hebben getild en die ons meer pedagogische handvatten hebben gegeven dan anderen. Ze hebben samen met ons geknokt en inmiddels heb ik mijn zoon terug.”

Glimlach op het gezicht

Nadat zijn moeder hem geroepen heeft, komt Hirving van zijn kamer en stapt verlegen de woonkamer binnen. Ik vraag hem hoe hij het vindt op zijn nieuwe school en hij antwoord kort en staccato: “Fijn.” Wat er dan precies fijn is? “Niet telkens andere leraren, steeds hetzelfde lokaal.” Zijn moeder vult aan: “En je hebt structuur en duidelijkheid hè?”

Hirving heeft weinig uitdrukking op zijn gezicht tot ik hem vraag hoe ik hem moet noemen in het verhaal omdat we zijn echte naam niet gebruiken. Hij antwoord: "Geen idee." Als ik hem vraag hoe zijn favoriete voetballer heet begint hij te glimlachen en zegt: “Hirving Lozano”. Dat wordt dus zijn naam in het verhaal.

Samenwerking met school

Als Hirving weer naar boven vertrokken is, praat ik verder met Elly en Michael over de samenwerking tussen JENS en de school. “Eindelijk de samenwerking die ik jarenlang voor ogen had voor mijn kind. Dat komt nu pas uit. Het gaat zelfs zo goed met mijn zoon en hij is zo tevreden is over de school waar hij nu zit, dat hij dat ook wenst voor zijn zusje” vertelt Elly.

Michael vult haar aan en vertelt hoe de samenwerking met de school en de hulpverlening thuis elkaar versterken: “Hirving zei letterlijk: “Als ik iets eerder op deze school was gekomen, was mijn gedrag misschien niet zo erg geweest.” Vandaag was de mentor van Hirving hier thuis, samen met onze hulpverlener van JENS om te praten over de thuissituatie en hoe het op school gaat. Ik stond er écht van te kijken dat de mentor ingreep op een akkefietje wat gisteren thuis was gebeurd. De mentor zei tegen hem: We hebben toch een regel in de klas?  Daar moet je je thuis ook aan houden!”

Hulp als het nodig is

Michael en Elly krijgen inmiddels minder hulp dan in het begin. Met kleuren geven ze zelf aan hoe de situatie er op dat moment voor staat. Als Elly vertelt hoe dat werkt, spreekt ze daar met trots over: “Groen is: alles loopt. Oranje is: het is handelbaar, maar ik heb handvaten nodig. Het is tot nu toe in al die tijd maar twee keer rood geweest. Maar ook toen was telefonisch contact voldoende. Ze is nog nooit hier moeten komen en moeten inspringen. Nog nooit.”

De hulpverlener is wel altijd bereikbaar: “We hoeven haar maar een berichtje te sturen als er wat is. Ik roep haar eigenlijk pas wanneer ik haar nodig heb. Ze is ook wel eens gekomen dat ze zei: wat doe ik hier? En toen is ze weer gegaan.”

JENS in meer gemeenten

Als we het gesprek afronden, wil Elly toch nog wat kwijt: “Ik vind wel dat het gebied van JENS vergroot moet worden. Mijn dochter, die ook hulp nodig heeft, woont nu bij haar vader in een andere gemeente. Daar kan ze geen hulp meer krijgen van de medewerkers van JENS. Het zou fijn zijn als ze daar door dezelfde mensen geholpen zou worden als Hirving. Daar hebben we vertrouwen in.” Waarop Michael het gesprek afsluit met de vraag: “Kunnen we JENS niet promoten bij andere gemeenten? We hebben er echt iets aan wat JENS doet.”

 

[1] De namen in het verhaal zijn fictieve namen i.v.m. de privacy van het gezin.